| |
|
Kunt u iets over u zelf
vertellen? |
|
|
Ik ben Alfons
Veugelers en mijn leeftijd is 62
jaar.
Parcoursbouwer cat A en jurylid
springen
Sinds mijn jeugd heb ik al in de
paarden gezeten. Het begon al op
mijn 10e jaar ik hielp toen op
Renbaan Duindigt bij van der Berg
met het poetsen en inspannen van de
harddravers . Later op een leeftijd
van 18 jaar heb ik op een manege in
Voorschoten de beginselen van het
paardrijden geleerd. Op mijn 21e heb
ik zelf met mijn vrouw een paard
gekocht en stond toen op een
particuliere stal in Oude Leede.
Tijdens die periode heb ik toen
geprobeerd parkoersen te bouwen.
Later heb ik het paard verkocht
omdat ik er niet zo goed mee overweg
kon. Kort daarna heb ik mijn tweede
paard gekocht, een mooi paard en kon
goed springen. Wil je verder dan
moet je een beetje talent hebben.
Tussentijds heb ik bij de KNHS een
cursus parcoursbouwen gevolgd en na
een aantal staties geslaagd voor
parcoursbouwer.
Vele jaren heb ik meegewerkt aan het
parcoursbouwen op internationaal
niveau op Jumping Amsterdam, in de
Jim Maastricht, op het CHIO
Rotterdam, Valkenswaard enz. |
 |
|
|
|
|
Tussendoor bouwde ik parcoursen voor
de Basissport ponys en paarden. In
die tijd had ik zo,n 50
concoursdagen in een jaar. Dit was
toen wel erg veel. Vooral de
weekenden woensdag, donderdag,
vrijdag, zaterdag en zondag. Vooral
de basiswedstrijden vindt ik leuk om
te bouwen. Op de groten concoursen
bouw je meestal drie of vier
hindernissen per rubriek, omdat het
totale parcours van zo,n 18
hindernissen onder de overige
parcoursbouwers wordt verdeeld. De
hoofdparcoursbouwer blijft
natuurlijk verantwoordelijk voor het
eindresultaat. Ik heb toen ook nog
de jurycursus gevolgd om het wat af
te kunnen wisselen
Omdat ik al de leeftijd heb bereikt
van 62 jaar doe ik het nu wat
rustiger aan (toch altijd nog zo,n
25 parcoursdagen in het jaar). |
|
| |
| Hoe bent u ooit begonnen als
parcoursbouwer? |
| |
|
Tijdens mijn
dagen als springruiter, bouwde ik
thuis vaak parcoursen. In het begin
klopte er niet veel van, ik zette
maar iets neer en of het te rijden
was speelde toen niet mee. |
| |
| Is er in de
afgelopen veertig
jaar dat u
parcoursbouwer bent
veel veranderd? |
| |
|
Ja dat is zeker, met
name de veiligheid
van het
springparcours is
aanzienlijk
verbeterd. Zo zijn
de veiligheidscups
op het achterste
deel van een oxer of
triplebar verplicht
gesteld. Wanneer een
paard met zijn buik
op de achterste balk
van een oxer of
triplebar zou
landen, klapt de
veiligheidsbeugel
door waardoor het
paard niet valt of
struikelt. Een
voordeel is dat de
hindernis balk ook
niet breekt.
De hindernisbalken
zijn lichter
geworden door de
balken van 4 meter
in te korten naar
3,5 meter. Zware
lompe hindernissen
kom je nu niet
zoveel meer tegen.
De parcoursen voor
de hogere klassen
zijn enigszins
technischer
geworden, waardoor
de ruiter moet
kiezen, afhankelijk
van het kunnen van
zijn paard, hoeveel
galopsprongen hij
bijvoorbeeld kiest
tussen twee
hindernissen ( is
dit een voorwaartse
of een terug
afstand). Zo
ontbreken er voor de
hogere klassen ook
de grondlijnen en
worden de oxers
parallel gebouwd.
In de tijd dat ik
ook nog in een korte
broek liep sprongen
de internationale
paarden een parcours
van 1,20 meter, er
waren geen
technische
afstanden, zo hier
en daar een
hindernis, alles
werd heel
spectaculerder
gesprongen en er was
voldoende tijd om
een parcours te
springen.
Als je nu
internationaal kijkt
zijn de parcoursen
hoog en breed (zet
het maar eens neer
een hindernis van
1,50 hoog en 1,80
breed), in de
onderlinge afstanden
tussen de
hindernissen kom je
nog wel eens een
halve afstand tegen
en in de regel is
dit bij afstanden
van 4 of 5
galopsprongen. Staan
de hindernissen
verder weg (6 en 7
galopsprongen)
vervalt vaak de
moeilijkheid, omdat
de ervaren ruiters
dit probleem
makkelijk op kunnen
lossen.
De
toegestane tijd is
aanzienlijk sneller
geworden, het tempo ligt nu
350 meter per minuut. Voor
dit tempo moet je aardig
doorrijden om de tijd te
kunnen halen.
Voor de
indoors reken ik vaak 325
meter per minuut.
Op het
internationale vlak ligt de
tijd wel op 375 of 400 meter
per minuut. Als ruiter kan
je geen meter te ver
omrijden en ruimte winnen
waar dit kan.
De laatste jaren is het
gebruik van
kleurencombinaties en
kunstwerken van
sponsorhindernissen
toegepast. Uit ervaring leer
je dat op donkere
hindernissen (bruin of
zwart) de paarden in het
parcours wat op terugkomen.
Zoals dat vroeger heel
gewoon was een donkerbruine
hindernis of natuurhindernis
in het parcours op te nemen,
ben ik er nu geen
voorstander van. Ik heb dan
liever de het bruin wat
vriendelijker gemaakt wordt
met vlakken van geel of
lichtgroen op de hindernis
balk, dit springt veel
uitnodigender. |
|
|
|
Hoe ontwerp u een
parcours? Gaat u
bijvoorbeeld eerst
schetsen? Hoe gaat
het in zijn werk? |
| |
Alvorens ik start
met mijn
voorbereidingen moet
ik eerst weten welk
vraagprogramma is
uitgeschreven,
meestal pluk ik dit
van de KNHS site
want daar staat het
goedgekeurde
vraagprogramma.
Ik neem dan contact
op met de
organisatie en stel
dan de vraag:
1 Heeft u een
plattegrond van het
springterrein, waar
ligt het noorden en
wat is de bodem
(gras, zand of all
weather bodem)
2 Wat is de volgorde
van de parcoursen en
is er een
oefenparcours?
3 Hoe laat starten
wij en hoeveel
inschrijvers denk u
te krijgen.
4 Hoe staat het met
het
hindernismateriaal
(hoeveel oxers en
stijlsprongen)
5 Wanneer kan ik
opbouwen en zijn er
voldoende handjes
Als bekend is hoe
groot het terrein is
kan ik grof gaan
schetsen hoe het
parcours er ongeveer
uit moet gaan zien.
Belangrijk is of het
het eerste
buitenconcours is of
een groot concours
met goeie ruiters of
een kampioenschap.
Dit speelt allemaal
mee met het ontwerp.
Ook als er heel veel
starts zijn moet het
parcours snel klaar
staan voor de
volgende rubriek (10
min), het mag dan
ook niet te lang
zijn vanwege de
tijd.
Meestal ontwerp in de zwaarste
rubriek en dan steeds minder zwaar.
Dus je ontwerpt van zwaar naar een
licht parcours. Om zo veel mogelijk
de hindernissen te laten staan (want
verplaatsen kost tijd) moet je je
ontwerp regelmatig aanpassen. Het is
natuurlijk wel zo dat de bodem voor
of na een hindernis (afzet en
landing) wel goed moet blijven.
Wordt de bodem slecht dan ga ik de
hindernis verplaatsen. Het
belangrijkste is een goede bodem!
Zijn mijn schetsontwerpen klaar dan
zet ik ze over op een
concoursprogramma in de computer.
Dat staat netter en is
overzichtelijker.
De kunst is om iedere keer een nieuw
ontwerp te maken. Het moet niet zo
zijn dat de ruiters zeggen, He’ dit
parcours stond vorige week daar en
een week eerder daar.
Het invullen van de hindernissen
(stijl of oxer) doe je als de
ontwerpen in de computer gaat
zetten. Soms moet je een oxer
wijzigen in stijl omdat dit beter
uit komt voor de barrage. Mijn oude
leermeester Theo van Vught zei
altijd. “ Je moet beginnen op een
oxer” Die regel hanteer ik ook vaak.
Je kan er goed op toe rijden, de
kleur moet dan wel uitnodigend zijn
en minimaal 30 meter aan te rijden
zowel linksom als rechtsom.
Zo zie je maar dat hindernis 1 de
moeilijkste hindernis is van het
parcours, wat het ook is een groene
of een blauwe en stijl of een oxer. |
| |
| Hoe weet u hoever de
hindernissen van elkaar moeten
staan? |
| |
Uit ervaring weet wat moeilijke
en makkelijke afstanden zijn.
Uitgaande van de basissport
Makkelijk is een groot terrein met
een goede bodem waar een paard aan
het galopperen toe komt. Je zorgt
ervoor dat er voldoende wendingen in
het parcours zitten zodat de paarden
of pony’s niet aan de hol gaan. De
hindernissen moeten niet te kort op
elkaar staan en het moet ritmisch
zijn. Een afstand is afhankelijk van
de plaats van de hindernis, is dit
vanuit de ingang of kleur en type,
waar kom je vandaan en waar ga je
naar toe, is de bodem in goede staat
dit zijn allemaal factoren voor een
afstand tussen de hindernissen. In
de basissport kennen wij combinaties
op 1 en 2 galopsprongen, 3 en 4
liever niet (soms kan het niet
anders vanwege de afmeting van het
terrein) 5, 6, 7 galopsprongen. Mijn
ervaring leert dat de makkelijker
van een oxer naar een stijlsprong
rijdt dan andersom.
Het wordt moeilijker is het terrein
klein en een slechte bodem heeft,
vaak moet je dan puzzelen om het
enigszins goed te krijgen, alles is
dan moeilijk. Vaak pas ik de hoogte
en breedte van de hindernis aan, de
combinaties zet ik dan ook iets
krapper.
Je kan dus zeggen, dat afstanden
niet vanzelfsprekend zijn. |
| |
| Maakt u voor
elke wedstrijd een
nieuw parcours? |
| |
Ja in principe
wel.
Het is alleen bij
indoors zo gesteld
dat ik heel veel
bakken van 20x60 of
25x55 enz tegenkom.
Ik heb voor deze
indoorlocaties
standaard ontwerpen
gemaakt, in totaal 9
of 10.
Ik spiegel het
ontwerp dan heb ik
er 20 stuks en nog
een spiegelen naar
de andere kant dan
heb ik er 30 stuks.
Bij het ontwerpen
van indoors ben je
zeer beperkt vanwege
de afmetingen. Vaak
kom je op hetzelfde
ontwerp uit. Het
moet dus wel te
rijden zijn!!! |
| |
| Hoe berekent u de tijd die
een ruiter over het parcours mag
doen? |
| |
In het vraagprogramma staat
aangegeven wat het tempo moet zijn.
Outdoor: Paarden 350 m/min pony’s AB
300 m/min pony’s CDE 350 m/min.
Indoor: Paarden 325 m/min pony’s AB
300m/min pony’s CDE 325m/min.
Als je het netjes wil doen dan meet
je het parcours met een meetwiel
veelal gebruik ik de optie in het
concoursprogramma om het parcours te
meten.
Kampioenschappen worden altijd met
een meetwiel gemeten.
Dus een parcours met een lengte van
350 meter (outdoor) is 60 sec. |
| |
|
Als u de
parcoursbouwer bent
van het parcours,
kunt tegelijkertijd
dan ook tijdens die
wedstrijd jurylid
zijn? |
| |
Dit is niet de
bedoeling, omdat een
parcoursbouwers in
het pacours moet
staan om een
hindernis na te
meten als deze
hindernis door een
weigering omver
wordt geworpen.
Als de rubriek van
start gaat is de
parcoursbouwer bezig
met de
voorbereidingen van
het volgende
parcours. |
| |
| Hoe wordt je eigenlijk
parcoursbouwer? En mag je dan direct
een ZZ parcours bouwen? |
| |
Die weg is langer dan je denkt.
Ten eerste moet je ervaring hebben
als ruiter in de klassen L of M.
Na aanmelding bij de KNHS volgt een
intake met een ervaren
parcoursbouwer en afd opleidingen
van de KNHS. Bij voldoende resultaat
worden er 10 praktijklessen gegeven
door eveneens een ervaren
parcoursbouwer gevolgd door een
aantal praktijklessen.
Dan het examen, ben je daarvoor
geslaagd dan moet je een 4 tal
stages doen bij verschillende
kernparcoursbouwers in het land. De
laatste stage is een examen voor
parcoursbouwer.
In principe mag je parcoursen bouwen
paarden en pony’s t/m ZZ klasse.
Bij een aantal jaren goed
parcoursbouwen en je valt op door
goed presteren kan je doorgroeien
naar een hoger niveau. Het
meedraaien in teams van
parcoursbouwers op grote wedstrijden
is dan een voorwaarde. |
| |
| Op de dag
zelf, dan bent u ook
aanwezig, om samen
met andere het
parcours op te
bouwen. Kan het dan
voorkomen dat blijkt
dat sommige dingen
toch nog veranderd
moeten worden aan
het parcours? |
| |
Ja, de schets is
maar een ontwerp.
Het kan voorkomen
dat de bodem op een
plek slecht is, en
daar had ik nu een
hindernis gepland.
Oke dan maar
aanpassen. In
sommige gevallen
heeft een sponsor
een idee om iets in
het parcours te
zetten bv: een auto
met trailer, of een
boot.
Het kan ook
voorkomen dat er
zoveel starts zijn
de het tijdschema
dreigt ver uit te
lopen. Dan kan je in
overleg met de jury
en organisatie
besluiten het
parcours aan te
passen of een
rubriek direct op
stijl (B) of direct
op tijd te laten
verrijden.
Bv: de sloot is niet
op tijd gebracht, de
sponsorhindernissen
zijn er niet, het
terrein staat onder
water en meer
verrassingen heb ik
nog in overvloed. |
| |
| U bent tevens jurylid, waar
een jurylid op tijdens een parcours? |
| |
Allereerst op de start en finish
lijn, de vlaggen op de hindernissen,
de aanwezigheid van de
veiligheidsbeugels. Liggen de balken
niet vast, kloppen de afstanden
tussen de combinaties, zijn er geen
gevaarlijke situaties, is het
inspringmateriaal in orde.
Werkt de omroep, is er een
schrijfster, is er een tijdschema. |
| |
| U bent al veerjarig jaar
parcoursbouwer, heeft u nog iets wat
u heel graag zou willen doen op het
gebied van parcours bouwen? |
|
|
|
In Nederland heb ik alles Nationaal
en Internationaal gezien en
meegemaakt en veel parcoursbouwers
uit de wereld ontmoet. Ik neem
weleens een idee of een wijze van
parcoursbouwen van een Int.
parcoursbouwer over. Voorts zijn er
veel trends de laatste jaren in het
parcoursbouwen, vooral de
waterpartijen in combinatie met
hindernissen erover, ervoor, ernaast
zijn altijd indrukwekend. Als een
parcoursbouwer in Italië iets
speciaals met het parcours doet, dan
zie dit vaker bij collega’s in
andere parcoursen terug. Ja,
Internationaal een keer meelopen in
Zuid America of in Afrika ik ben dan
toch benieuwd wat je dan zoal
tegenkomt. |
|
|
|
Zijn er nog leuke weetjes op het
gebied van het vakgebied parcours
bouwen of over u? |
|
|
|
Tijdens het internationale concours
in Amsterdam (Jumping Amsterdam)
viel een ruiter van zijn paard. Toen
de ruiter op de grond zat ging het
paard ervandoor en sprong
vervolgens, vrij in zijn vlucht,
alle hindernissen die hij tegenkwam
of het nu van de goede of verkeerde
kant van de hindernis was het paard
sprong vol overgave heel jolig
zonder ruiter wel zo,n 10 minuten
het parcours. Ik heb de toeschouwers
nooit zo hard horen joelen en
juichen. Het was alleen jammer dat
het paard niet kon lezen want hij
sprong een geheel verkeerd parcours. |
| |