Gebruikersnaam
Wachtwoord
vergeten?

 

Volgende vragenuurtje is op zaterdag 26 mei om 19:00 uur t/m 20:00 uur! Gaat Harley dan het record verbreken van Winnylovers?
 
   
10 vragen aan... Parcoursbouwer Alfons Veugelers
 
Kunt u iets over u zelf vertellen?
 
Ik ben Alfons Veugelers en mijn leeftijd is 62 jaar.

Parcoursbouwer cat A en jurylid springen

Sinds mijn jeugd heb ik al in de paarden gezeten. Het begon al op mijn 10e jaar ik hielp toen op Renbaan Duindigt bij van der Berg met het poetsen en inspannen van de harddravers . Later op een leeftijd van 18 jaar heb ik op een manege in Voorschoten de beginselen van het paardrijden geleerd. Op mijn 21e heb ik zelf met mijn vrouw een paard gekocht en stond toen op een particuliere stal in Oude Leede. Tijdens die periode heb ik toen geprobeerd parkoersen te bouwen. Later heb ik het paard verkocht omdat ik er niet zo goed mee overweg kon. Kort daarna heb ik mijn tweede paard gekocht, een mooi paard en kon goed springen. Wil je verder dan moet je een beetje talent hebben. Tussentijds heb ik bij de KNHS een cursus parcoursbouwen gevolgd en na een aantal staties geslaagd voor parcoursbouwer.

Vele jaren heb ik meegewerkt aan het parcoursbouwen op internationaal niveau op Jumping Amsterdam, in de Jim Maastricht, op het CHIO Rotterdam, Valkenswaard enz.
 

Tussendoor bouwde ik parcoursen voor de Basissport ponys en paarden. In die tijd had ik zo,n 50 concoursdagen in een jaar. Dit was toen wel erg veel. Vooral de weekenden woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag. Vooral de basiswedstrijden vindt ik leuk om te bouwen. Op de groten concoursen bouw je meestal drie of vier hindernissen per rubriek, omdat het totale parcours van zo,n 18 hindernissen onder de overige parcoursbouwers wordt verdeeld. De hoofdparcoursbouwer blijft natuurlijk verantwoordelijk voor het eindresultaat. Ik heb toen ook nog de jurycursus gevolgd om het wat af te kunnen wisselen

Omdat ik al de leeftijd heb bereikt van 62 jaar doe ik het nu wat rustiger aan (toch altijd nog zo,n 25 parcoursdagen in het jaar).

 
Hoe bent u ooit begonnen als parcoursbouwer?
 

Tijdens mijn dagen als springruiter, bouwde ik thuis vaak parcoursen. In het begin klopte er niet veel van, ik zette maar iets neer en of het te rijden was speelde toen niet mee.

 
Is er in de afgelopen veertig jaar dat u parcoursbouwer bent veel veranderd?
 

Ja dat is zeker, met name de veiligheid van het springparcours is aanzienlijk verbeterd. Zo zijn de veiligheidscups op het achterste deel van een oxer of triplebar verplicht gesteld. Wanneer een paard met zijn buik op de achterste balk van een oxer of triplebar zou landen, klapt de veiligheidsbeugel door waardoor het paard niet valt of struikelt. Een voordeel is dat de hindernis balk ook niet breekt.

De hindernisbalken zijn lichter geworden door de balken van 4 meter in te korten naar 3,5 meter. Zware lompe hindernissen kom je nu niet zoveel meer tegen.

De parcoursen voor de hogere klassen zijn enigszins technischer geworden, waardoor de ruiter moet kiezen, afhankelijk van het kunnen van zijn paard, hoeveel galopsprongen hij bijvoorbeeld kiest tussen twee hindernissen ( is dit een voorwaartse of een terug afstand). Zo ontbreken er voor de hogere klassen ook de grondlijnen en worden de oxers parallel gebouwd.

In de tijd dat ik ook nog in een korte broek liep sprongen de internationale paarden een parcours van 1,20 meter, er waren geen technische afstanden, zo hier en daar een hindernis, alles werd heel spectaculerder gesprongen en er was voldoende tijd om een parcours te springen.

Als je nu internationaal kijkt zijn de parcoursen hoog en breed  (zet het maar eens neer een hindernis van 1,50 hoog en 1,80 breed), in de onderlinge afstanden tussen de hindernissen kom je nog wel eens een halve afstand tegen en in de regel is dit bij afstanden van 4 of 5 galopsprongen. Staan de hindernissen verder weg (6 en 7 galopsprongen) vervalt vaak de moeilijkheid, omdat de ervaren ruiters dit probleem makkelijk op kunnen lossen.

De toegestane tijd is aanzienlijk sneller geworden, het tempo ligt nu 350 meter per minuut. Voor dit tempo moet je aardig doorrijden om de tijd te kunnen halen.

Voor de indoors reken ik vaak 325 meter per minuut.

Op het internationale vlak ligt de tijd wel op 375 of 400 meter per minuut. Als ruiter kan je geen meter te ver omrijden en ruimte winnen waar dit kan.

De laatste jaren is het gebruik van kleurencombinaties en kunstwerken van sponsorhindernissen toegepast. Uit ervaring leer je dat op donkere hindernissen (bruin of zwart) de paarden in het parcours wat op terugkomen. Zoals dat vroeger heel gewoon was een donkerbruine hindernis of natuurhindernis in het parcours op te nemen, ben ik er nu geen voorstander van. Ik heb dan liever de het bruin wat vriendelijker gemaakt wordt met vlakken van geel of lichtgroen op de hindernis balk, dit springt veel uitnodigender.

 
Hoe ontwerp u een parcours? Gaat u bijvoorbeeld eerst schetsen? Hoe gaat het in zijn werk?
 
Alvorens ik start met mijn voorbereidingen moet ik eerst weten welk vraagprogramma is uitgeschreven, meestal pluk ik dit van de KNHS site want daar staat het goedgekeurde vraagprogramma.

Ik neem dan contact op met de organisatie en stel dan de vraag:
1 Heeft u een plattegrond van het springterrein, waar ligt het noorden en wat is de bodem (gras, zand of all weather bodem)
2 Wat is de volgorde van de parcoursen en is er een oefenparcours?
3 Hoe laat starten wij en hoeveel inschrijvers denk u te krijgen.
4 Hoe staat het met het hindernismateriaal (hoeveel oxers en stijlsprongen)
5 Wanneer kan ik opbouwen en zijn er voldoende handjes

Als bekend is hoe groot het terrein is kan ik grof gaan schetsen hoe het parcours er ongeveer uit moet gaan zien. Belangrijk is of het het eerste buitenconcours is of een groot concours met goeie ruiters of een kampioenschap. Dit speelt allemaal mee met het ontwerp. Ook als er heel veel starts zijn moet het parcours snel klaar staan voor de volgende rubriek (10 min), het mag dan ook niet te lang zijn vanwege de tijd.

Meestal ontwerp in de zwaarste rubriek en dan steeds minder zwaar. Dus je ontwerpt van zwaar naar een licht parcours. Om zo veel mogelijk de hindernissen te laten staan (want verplaatsen kost tijd) moet je je ontwerp regelmatig aanpassen. Het is natuurlijk wel zo dat de bodem voor of na een hindernis (afzet en landing) wel goed moet blijven. Wordt de bodem slecht dan ga ik de hindernis verplaatsen. Het belangrijkste is een goede bodem!
Zijn mijn schetsontwerpen klaar dan zet ik ze over op een concoursprogramma in de computer. Dat staat netter en is overzichtelijker.

De kunst is om iedere keer een nieuw ontwerp te maken. Het moet niet zo zijn dat de ruiters zeggen, He’ dit parcours stond vorige week daar en een week eerder daar.

Het invullen van de hindernissen (stijl of oxer) doe je als de ontwerpen in de computer gaat zetten. Soms moet je een oxer wijzigen in stijl omdat dit beter uit komt voor de barrage. Mijn oude leermeester Theo van Vught zei altijd. “ Je moet beginnen op een oxer” Die regel hanteer ik ook vaak. Je kan er goed op toe rijden, de kleur moet dan wel uitnodigend zijn en minimaal 30 meter aan te rijden zowel linksom als rechtsom.

Zo zie je maar dat hindernis 1 de moeilijkste hindernis is van het parcours, wat het ook is een groene of een blauwe en stijl of een oxer.
 
Hoe weet u hoever de hindernissen van elkaar moeten staan?
 
Uit ervaring weet wat moeilijke en makkelijke afstanden zijn.

Uitgaande van de basissport

Makkelijk is een groot terrein met een goede bodem waar een paard aan het galopperen toe komt. Je zorgt ervoor dat er voldoende wendingen in het parcours zitten zodat de paarden of pony’s niet aan de hol gaan. De hindernissen moeten niet te kort op elkaar staan en het moet ritmisch zijn. Een afstand is afhankelijk van de plaats van de hindernis, is dit vanuit de ingang of kleur en type, waar kom je vandaan en waar ga je naar toe, is de bodem in goede staat dit zijn allemaal factoren voor een afstand tussen de hindernissen. In de basissport kennen wij combinaties op 1 en 2 galopsprongen, 3 en 4 liever niet (soms kan het niet anders vanwege de afmeting van het terrein) 5, 6, 7 galopsprongen. Mijn ervaring leert dat de makkelijker van een oxer naar een stijlsprong rijdt dan andersom.

Het wordt moeilijker is het terrein klein en een slechte bodem heeft, vaak moet je dan puzzelen om het enigszins goed te krijgen, alles is dan moeilijk. Vaak pas ik de hoogte en breedte van de hindernis aan, de combinaties zet ik dan ook iets krapper.
Je kan dus zeggen, dat afstanden niet vanzelfsprekend zijn.
 
Maakt u voor elke wedstrijd een nieuw parcours?
 
Ja in principe wel.

Het is alleen bij indoors zo gesteld dat ik heel veel bakken van 20x60 of 25x55 enz tegenkom.

Ik heb voor deze indoorlocaties standaard ontwerpen gemaakt, in totaal 9 of 10.

Ik spiegel het ontwerp dan heb ik er 20 stuks en nog een spiegelen naar de andere kant dan heb ik er 30 stuks. Bij het ontwerpen van indoors ben je zeer beperkt vanwege de afmetingen. Vaak kom je op hetzelfde ontwerp uit. Het moet dus wel te rijden zijn!!!
 
Hoe berekent u de tijd die een ruiter over het parcours mag doen?
 
In het vraagprogramma staat aangegeven wat het tempo moet zijn.

Outdoor: Paarden 350 m/min pony’s AB 300 m/min pony’s CDE 350 m/min.

Indoor: Paarden 325 m/min pony’s AB 300m/min pony’s CDE 325m/min.

Als je het netjes wil doen dan meet je het parcours met een meetwiel veelal gebruik ik de optie in het concoursprogramma om het parcours te meten.

Kampioenschappen worden altijd met een meetwiel gemeten.

Dus een parcours met een lengte van 350 meter (outdoor) is 60 sec.
 
Als u de parcoursbouwer bent van het parcours, kunt tegelijkertijd dan ook tijdens die wedstrijd jurylid zijn?
 
Dit is niet de bedoeling, omdat een parcoursbouwers in het pacours moet staan om een hindernis na te meten als deze hindernis door een weigering omver wordt geworpen.

Als de rubriek van start gaat is de parcoursbouwer bezig met de voorbereidingen van het volgende parcours.
 
Hoe wordt je eigenlijk parcoursbouwer? En mag je dan direct een ZZ parcours bouwen?
 
Die weg is langer dan je denkt.

Ten eerste moet je ervaring hebben als ruiter in de klassen L of M.

Na aanmelding bij de KNHS volgt een intake met een ervaren parcoursbouwer en afd opleidingen van de KNHS. Bij voldoende resultaat worden er 10 praktijklessen gegeven door eveneens een ervaren parcoursbouwer gevolgd door een aantal praktijklessen.
Dan het examen, ben je daarvoor geslaagd dan moet je een 4 tal stages doen bij verschillende kernparcoursbouwers in het land. De laatste stage is een examen voor parcoursbouwer.

In principe mag je parcoursen bouwen paarden en pony’s t/m ZZ klasse.

Bij een aantal jaren goed parcoursbouwen en je valt op door goed presteren kan je doorgroeien naar een hoger niveau. Het meedraaien in teams van parcoursbouwers op grote wedstrijden is dan een voorwaarde.
Op de dag zelf, dan bent u ook aanwezig, om samen met andere het parcours op te bouwen. Kan het dan voorkomen dat blijkt dat sommige dingen toch nog veranderd moeten worden aan het parcours?
Ja, de schets is maar een ontwerp. Het kan voorkomen dat de bodem op een plek slecht is, en daar had ik nu een hindernis gepland. Oke dan maar aanpassen. In sommige gevallen heeft een sponsor een idee om iets in het parcours te zetten bv: een auto met trailer, of een boot.

Het kan ook voorkomen dat er zoveel starts zijn de het tijdschema dreigt ver uit te lopen. Dan kan je in overleg met de jury en organisatie besluiten het parcours aan te passen of een rubriek direct op stijl (B) of direct op tijd te laten verrijden.

Bv: de sloot is niet op tijd gebracht, de sponsorhindernissen zijn er niet, het terrein staat onder water en meer verrassingen heb ik nog in overvloed.
 
U bent tevens jurylid, waar een jurylid op tijdens een parcours?
 
Allereerst op de start en finish lijn, de vlaggen op de hindernissen, de aanwezigheid van de veiligheidsbeugels. Liggen de balken niet vast, kloppen de afstanden tussen de combinaties, zijn er geen gevaarlijke situaties, is het inspringmateriaal in orde.

Werkt de omroep, is er een schrijfster, is er een tijdschema.
 
U bent al veerjarig jaar parcoursbouwer, heeft u nog iets wat u heel graag zou willen doen op het gebied van parcours bouwen?
 
In Nederland heb ik alles Nationaal en Internationaal gezien en meegemaakt en veel parcoursbouwers uit de wereld ontmoet. Ik neem weleens een idee of een wijze van parcoursbouwen van een Int. parcoursbouwer over. Voorts zijn er veel trends de laatste jaren in het parcoursbouwen, vooral de waterpartijen in combinatie met hindernissen erover, ervoor, ernaast zijn altijd indrukwekend. Als een parcoursbouwer in Italië iets speciaals met het parcours doet, dan zie dit vaker bij collega’s in andere parcoursen terug. Ja, Internationaal een keer meelopen in Zuid America of in Afrika ik ben dan toch benieuwd wat je dan zoal tegenkomt.
 
Zijn er nog leuke weetjes op het gebied van het vakgebied parcours bouwen of over u?
 

Tijdens het internationale concours in Amsterdam (Jumping Amsterdam) viel een ruiter van zijn paard. Toen de ruiter op de grond zat ging het paard ervandoor en sprong vervolgens, vrij in zijn vlucht, alle hindernissen die hij tegenkwam of het nu van de goede of verkeerde kant van de hindernis was het paard sprong vol overgave heel jolig zonder ruiter wel zo,n 10 minuten het parcours. Ik heb de toeschouwers nooit zo hard horen joelen en juichen. Het was alleen jammer dat het paard niet kon lezen want hij sprong een geheel verkeerd parcours.

 
   
 
 

Adverteren | Disclaimer

Copyright 2008 - 2012

Volg ons
ook via
Volg ons
ook via