| |
|
|
10 vragen aan Joke Reijnders |
| |
1. Wilt u iets over u zelf
vertellen?
Ik ben Joke Reijnders. Sinds een
paar jaar schrijf ik kinderboeken,
zoals ‘Drakenbloed en kamillethee’,
‘Kasteel in de mist’ en ‘Het geheim
van de wilde paarden’. In januari
komt het eerste deel van een nieuwe
serie uit, die over paarden gaat. De
serie heet ‘Paardenheuvel’ en het
eerste boek in die serie gaat ‘Een
pony met een geheim’ heten.
2. Hoe kun je schrijfster worden?
Zijn er opleidingen voor?
Er zijn een paar opleidingen waar je
leert hoe je een goed verhaal moet
schrijven, maar die zijn niet nodig.
Veel schrijvers zijn zonder zo’n
opleiding in het vak gerold.
3. Hoe krijg je inspiratie voor
een leuk verhaal?
Dat kan door van alles gebeuren.
Mijn boek ‘Drakenbloed en
kamillethee’ heb ik bijvoorbeeld
bedacht toen het buiten zo koud was,
dat je adem wolkjes maakt. Mijn
kinderen en ik noemen dat altijd
‘drakenadem’. Toen dacht ik: ‘Stel
je voor dat je écht drakenadem
hebt…’ En daar ben ik verder over na
gaan denken…
4. Hoe lang duurt het tot het
boek echt helemaal klaar is en de
winkel ligt? Dus van het eerste idee
tot aan de winkel?
Daar gaan een paar maanden overheen,
soms wel een jaar. Het schrijven
duurt al een paar maanden en dan
moet er nog gekeken worden of er
geen gekke fouten in staan, de
tekeningen moeten worden gemaakt…
5. Verandert het verhaal ook wel
eens halverwege het schrijven?
Ja, dat gebeurt wel eens. Soms
bedenk ik van te voren hoe een
verhaal afloopt, maar het gebeurt
ook wel dat het helemaal de andere
kant op gaat.
6. Wat vindt u zelf het leukste
boek wat u heeft geschreven?
Ai! Da’s een lastige vraag. Ik denk
niet dat ik kan kiezen: ik vind ze
allemaal leuk, en allemaal om een
andere reden…
7. Begint u ook weleens aan een
boek en dat u na een paar pagina’s
denkt : “Nee, dit is het toch niet?”
Ja. En dan begin ik vrolijk opnieuw.
En soms begin ik niet zo vrolijk
opnieuw.:)
8. Er is ook iemand die het
verhaal nog doorleest en eventueel
gaat strepen en wijzigen in het
verhaal? Is dat soms niet heel erg
vervelend als iemand dingen gaat
wijzigen in uw verhaal?
Als ik mijn verhaal heb geschreven,
stuur ik het op naar mijn redacteur.
Dat is een soort strenge juf, die je
werk nakijkt. Zij leest het heel
kritisch en geeft aan waar het beter
kan. Dat vind ik niet vervelend,
want mijn boek wordt er alleen maar
beter door.
9. Heeft u het verhaal al
helemaal in uw hoofd als u begint
met schrijven?
Nee. Soms weet ik in grote lijnen
wat ik wil schrijven, maar het
gebeurt ook vaak dat het opeens heel
anders loopt dan ik eigenlijk van
plan was.
10. Wat is het leukste aan
schrijfster zijn en wat is het minst
leuke?
Het leukste is dat je alles kunt
verzinnen wat je maar wilt in een
boek. Als ik een paard wil laten
praten, dan kan dat (hé, da’s best
een goed idee, dat ga ik onthouden
voor een ander boek…). Als ik bedenk
dat de moeder van mijn hoofdpersoon
een draak is, dan kan dat ook en dat
is superleuk. Het minst leuke is als
ik niet weet hoe ik verder moet gaan
met het verhaal. Dat kan soms wel
een paar dagen duren en dat vind ik
heel vervelend.
11. Heeft u nog wensen en/of
doelen op het gebied van schrijven?
Ik wil nog héél veel leuke boeken
schrijven en ik zou het leuk vinden
als ik ook nog veel boeken kon
schrijven voor de serie
Paardenheuvel. |
|
|
|
|
|